Kernstraling: bèta
​
Er zijn twee soorten bèta-stralingen, namelijk β+-straling en β--straling.
β--straling ontstaat doordat een neutron verandert naar een proton. Door deze verandering schiet een elektron weg. We noemen dit bèta(min)straling, omdat er een negatief deeltje wegschiet.
- Het massagetal blijft gelijk.
- Atoomnummer neemt met 1 toe.
​
β+-straling is de tegenovergestelde van β--straling. Bij β+-straling verandert de proton in de kern in een neutron waarbij een positron e+ weggeschoten wordt. We noemen dit bèta(plus)straling, omdat er een positief deeltje wegschiet.
- Het massagetal blijft gelijk.
- Atoomnummer neemt met 1 af.
​
Kenmerken bèta straling
- groter doordringend vermogen dan alfa-straling
- maximale voortplantingssnelheid van 90% lichtsnelheid
- ioniserend vermogen is een stuk kleiner dan alfa-straling
​
Gevaarlijkheid
Een elektron die uit een bètaverval ontstaat, is ongeveer 7500 keer minder zwaar dan een alfadeeltje, dat betekent dus dat een elektron veel minder schade aanbrengt. Toch is bèta-straling gevaarlijker dan alfastraling, omdat bètadeeltjes veel kleiner zijn en dus minder snel tegengehouden worden. Hierdoor kan een bètadeeltje dieper in een materiaal doordringen dan een alfadeeltje. Daarom kunnen bètadeeltjes meer schade aanrichten.
​
Toepassingen
In de geneeskunde wordt bèta-straling gebruikt als behandeling voor bepaalde ziektes, bijvoorbeeld Fosfor-32 wordt gebruikt voor bepaalde bloedafwijkingen.
Radioactief verval
Wat gebeurt er eigenlijk als een kern straling uitzendt?
​
Bèta-verval
27Co60 -> 28Ni60 + e-
Bij bèta-verval schiet er een negatief elektron weg. Het atoomnummer neemt toe met 1, maar het massagetal blijft hetzelfde.
​
Bèta+ verval
11Na22 -> 10Ne22 + e+
Zoals er te zien valt, schiet er een positief elektron bij een bèta+ verval weg. Het atoomnummer neemt af met 1, maar het massagetal blijft hetzelfde.
​
​
​
Hieronder ook weer een uitlegfilmpje over bèta-straling(TU Delft)
​
​
​
​
